m/v met talent
Of je nu man of vrouw, jong of oud, arm of rijk bent, ieder van ons heeft talenten. En heel wat mensen gaan met hun talenten aan de slag. Ze vullen hun leven zinvol in met een leuke hobby of een fijne job. Gelukkig maar, want iedereen heeft recht op een passende job, vertrekkende vanuit zijn of haar talenten. Een baan met een behoorlijk inkomen, goede werkomstandigheden en voldoende persoonlijke groeikansen geeft ook zin aan je bestaan, structureert de tijd en bevordert je sociale contacten. Jammer genoeg vallen heel wat mensen uit de boot: ze kunnen hun talenten onvoldoende ontwikkelen, vinden geen (aangepast) werk of werken in moeilijke omstandigheden. Niemand droomt ervan om ooit werkloos of arm te worden. Toch is dit de harde realiteit voor veel mensen.
Minder kansen
Hoe lager je op de sociale ladder staat, hoe minder kansen je hebt op de arbeidsmarkt. Het begint al van in het nest waarin je geboren wordt. In België wonen 1 op 5 kinderen in een gezin met financiële moeilijkheden. Meestal is er armoede in de gezinnen waar de ouders niet werken of een job hebben die tijdelijk, deeltijds of laag betaald is. De huishoudens waar geen enkel gezinslid een betaalde en volwaardige job heeft, behoren tot de armste groepen in onze samenleving. Mensen die in armoede leven, hebben vaker een zwakke gezondheid en wonen in slechte woningen. Ze zijn niet altijd direct inzetbaar op de arbeidsmarkt. Vaak is er meer aan de hand dat hen verhindert om duurzaam aan de slag te gaan. Ze hebben bijkomende steun nodig, om bijvoorbeeld te leren solliciteren, de kinderopvang te regelen of om mentaal sterker te staan.
Scholing en diploma vergroten je kansen op werk aanzienlijk, maar niet iedereen krijgt tijdens zijn schoolcarrière evenveel kansen. Je leeftijd, geslacht, afkomst en diploma zorgen voor achterstelling bij de zoektocht naar een geschikte job. Niet iedereen vindt gepast werk. Niet voor iedereen is een betaalde job in het gewone arbeidscircuit mogelijk. Mensen in armoede hebben nood aan begeleiding op maat. Ook vorming en bijscholing tijdens een tewerkstelling spelen een belangrijke rol. Voor sommigen is een plaats in de sociale economie of het vrijwilligerswerk een gepaste (tussen-)oplossing.
Wie niet werkt, loopt een groter armoederisico dan iemand die werkt, want werk doet de kans om in armoede terecht te komen serieus dalen. De cijfers zijn betekenisvol. Na een jarenlange daling neemt de werkloosheid, onder invloed van de economische crisis, sinds midden 2008 opnieuw toe. In de eerste helft van 2009 telde België 186.000 werkzoekenden. Sinds begin 2009 zijn er meer mannen dan vrouwen op zoek naar werk. Meer dan de helft (53%) van de werkzoekenden zijn laaggeschoold en van heel de groep laaggeschoolden zijn er slechts 5 op 10 aan het werk, dit tegenover 8 op 10 hooggeschoolden. Het zwaarst getroffen zijn de schoolverlatende jongeren, die hun aantallen in de werkloosheid zien verdubbelen. Gezinnen met een vreemde afkomst zijn oververtegenwoordigd in de werkloosheidscijfers en de groep allochtonen, vooral van buiten de Europese Unie, heeft meer kans om zijn of haar baan te verliezen. Hoe langer de werkloosheid duurt, hoe moeilijker om weer aan werk te raken en het nieuwe arbeidsritme vol te houden.
Werken in armoede
Werk is heel belangrijk om uit de armoede te geraken. Maar werk alleen volstaat niet. Even belangrijk is dat er voldoende goede jobs zijn voor een degelijk loon. Want ook sommige wer-kende mensen leven in armoede, omdat ze bijvoorbeeld deeltijdse of tijdelijke contracten hebben. Mensen zonder wettig verblijf, die geen toegang hebben tot legaal werk, behoren ook vaak tot de werkende armen. Door onzeker en slecht betaald werk dreigt men immers snel in armoede te verzeilen. Momenteel hebben meer dan 4% van de werkenden een armoederisico, de zogenaamde ‘werkende armen’. Dat zijn vooral laaggeschoolde jongeren, alleenstaande ouders met kinderen en mensen met deeltijdse of tijdelijke contracten. Tot die laatsten behoren vooral vrouwen, die gedwongen worden om een deeltijdse job te kiezen als ze voor hun gezin willen zorgen. Ook heel wat zelfstandigen of landbouwers zitten in financiële moeilijkheden. De kans op armoede is groot bij zelfstandige ondernemers die door tegenslag, langdurige ziekte, ongeluk of faillissement in de problemen komen.Leefbare inkomsten
Armoede is complex, maar arm zijn betekent toch vooral te moeten leven of overleven met een ontoereikend inkomen. In de meeste gevallen is arbeid de sleutel tot een leefbaar inkomen. Het armoederisico daalt gevoelig en door te werken worden sociale zekerheidsrechten opgebouwd. In ons land groeit de kloof tussen de hoogste en de laagste inkomens. Bovendien nodigen de laagste lonen niet uit tot aan de slag gaan. Er zijn allerlei redenen waarom je niet kan werken voor je inkomen. Werklozen, zieken, inactieven, gefailleerden en gepensioneerden vallen vaker onder de armoedegrens dan andere groepen. Nochtans heeft iedereen recht op een inkomen dat het mogelijk maakt om waardig te leven. Dit moet gegarandeerd zijn voor wie werkt én voor wie, om welke reden ook, niet kan werken. Wie niet werkt, heeft recht op een vervangingsinkomen of uitkering. Mensen die langdurig werkloos zijn, vallen echter terug op een minimum aan rechten. Wie vandaag niet werkt, zal morgen als gepensioneerde nog armer zijn. Heel wat uitkeringen liggen onder de armoedegrens en zijn te laag om menswaardig te leven. Sommige mensen vallen door alle mazen van het net en ontvangen geen enkel loon of uitkering. Met deze campagne willen we streven naar meer jobs, met een volwaardig loon en op maat van mensen in armoede. Ook mensen die niet (meer) kunnen werken, hebben recht op een waardig inkomen. Armoede wegwerken wordt dé grote uitdaging van deze campagne. ACV, ACLVB, UNIZO en Welzijnsschakels voeren samen met Welzijnszorg campagne. Deze vijf beleidsvoorstellen zijn hiervan het resultaat.1 Een traject naar werk op maat van mensen in armoede
Armoede speelt op verschillende levensdomeinen: gezondheid, huisvesting, onderwijs… Het niet hebben van een job kan daar ook een onderdeel van uitmaken. Mensen in armoede hebben nood aan begeleiding op maat, gericht op werk, maar met het oog op de integrale levenscontext van mensen. Deze manier van begeleiding moet een recht worden dat structureel in de arbeidsbemiddeling van VDAB wordt ingevoerd. Een centrale vertrouwenspersoon kan dan het lokale netwerk van hulpverlening coördineren waar de persoon in kwestie mee te maken heeft. VDAB als regisseur, haar partners en de welzijnsactoren moeten de financiële middelen krijgen om dit kader concreet in te vullen.2 Een extra stimulans om na een periode van werkloosheid opnieuw aan de slag te gaan
Mensen in armoede komen vaak terecht in eerder laag betaalde arbeid. Aan de slag gaan moet volwaardig beloond worden. Het afgelopen jaar werden hiervoor verschillende maatregelen genomen, waaronder bijvoorbeeld het behoud van de verhoogde kinderbijslag voor een periode van twee jaar na werkloosheid en het drukken van de kosten van kinderopvang. Wij eisen het behoud van de verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg, voor wie aan de slag gaat na een periode van ziekte of werkloosheid. Aan de slag gaan als werkzoekende moet gepromoot worden, ook als het voorlopig over tijdelijke tewerkstelling gaat. Door voor iedereen een periode van 18 maand te laten meetellen om de gewerkte dagen te bewijzen, kunnen ook deze tijdelijke contracten zorgen voor een hogere uitkering nadien.3 Groeikansen voor de sociale economie en sociale tewerkstelling
De sociale economie neemt voor mensen in armoede een belangrijke plaats in op de arbeidsmarkt. Mensen worden er tijdens hun loopbaan actief begeleid en een duurzame tewerkstelling wordt nagestreefd. Waar mogelijk, wordt een doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt gestimuleerd. Voor wie dit een stap te ver is, moet een loopbaan in de sociale economie mogelijk blijven. Wij vragen aan het beleid om de nodige middelen ter beschikking te stellen om een sociale tewerkstelling mogelijk te maken voor al wie het nodig heeft. Waar mogelijk willen wij aan de reguliere arbeidsmarkt vragen om extra plaatsen te creëren voor een sociale tewerkstelling, op voorwaarde dat hier dezelfde begeleiding en omkadering geboden wordt als in de sociale economie. Dit vraagt financiële ondersteuning vanuit de overheid.4 Goede hulpverlening op maat van zelfstandigen in moeilijk-heden en gefailleerden
Werken als zelfstandige houdt financiële risico’s in. Om zich goed te wapenen tegen deze risico’s moeten (kandidaat) zelfstandigen een goede vorming en ondersteuning krijgen. Wanneer er toch iets fout loopt en iemand in moeilijk-heden komt of het faillissement moet aanvragen, heeft deze persoon recht op een goede hulpverlening. Vanuit het middenveld zijn er verschillende initiatieven opgezet. Wij vragen aan de overheid om deze organisaties structureel te subsidiëren, zodat zij aan de vragen kunnen tegemoetkomen met een kwalitatieve ondersteuning.5 Een leefbaar inkomen voor iedereen
Iedereen verdient een leefbaar inkomen uit arbeid, via een vervangingsinkomen of uitkering, ongeacht leeftijd, statuut of gezinssamenstelling. De uitkeringen zouden daarom minimaal de Europese armoederisicogrens moeten bereiken. Dit is € 878 voor een alleenstaande en € 1.844 voor een gezin met twee kinderen. Maar ook werken moet financieel aantrekkelijk blijven. Armoede onder werkenden moet uitgebannen worden met gerichte maatregelen.Hiermee streven wij, samen met onze partners, naar meer kansen op de arbeidsmarkt. Ook jij kan je hiervoor inzetten door het contract van Welzijnszorg & partners te ondertekenen. Zo geven we samen een sterk signaal aan het beleid.
Armoede bestrijden kan niet enkel een gevecht zijn van mensen die in armoede leven. Op initiatief van Welzijnszorg bundelden negen armoedeorganisaties en sociale bewegingen hun krachten om de armoedethematiek hoog op de politieke agenda te krijgen in Vlaanderen en Brussel. Het samenwerkingsverband formuleerde rond zes thema’s ‘gezondheid, arbeid, inkomen, wonen, onderwijs en samenleven’ telkens één streefdoel. Deze doelen moeten stuk voor stuk bereikt worden tegen 2017. De Decenniumdoelen 2017 vormen het referentiekader van het politieke werk van Welzijnszorg.