Blijven ijveren voor grondrechten
André heeft er een gevarieerde carrière opzitten en is al jaren vrijwilliger bij ATD Vierde Wereld. Wij hoorden zijn inzichten over de arbeidsmarkt op het startmoment in Brussel en vonden die zo boeiend dat we ze graag met jullie delen. André heeft veel fysiek werk gedaan, veel onregelmatige uren geklopt maar uiteindelijk geen volle loopbaan kunnen afwerken. Dat breekt hem nu financieel zuur op bij zijn pensioen. Katia van ATD Vierde Wereld was bij het gesprek en vertelt ook stukjes van het verhaal of vult aan.
Dag André, kun je jezelf even voorstellen: wat is ATD? en wie ben je zelf?
Ik ben André, geboren in 1958, het jaar van de wereldtentoonstelling, en ik kom uit een kwetsbaar gezin. De wereldtentoonstelling was 14 jaar na WOII en heel wat mensen plukten de vruchten van de heropleving, maar anderen konden die vruchten niet plukken. Hoe komt het dat dat niet gelukt is? Waarom mijn ouders - en veel anderen - niet?
De samenleving denkt je uit een kwetsbaar gezin te moeten halen, en dan kom je in een instelling, een kleine samenleving terecht. De manier waarop de buitenwereld naar die samenleving kijkt, tekent je. Ik had geen slechte ouders, dat waren lieve mensen. Mijn moeder was actief in de 4e wereldbeweging, en mijn vader kwam elke maand op bezoek als het mocht. Mijn broers zaten veel verder weg, en wij mochten allemaal thuis op vakantie komen. Mijn vader had een longziekte door het lood in de verf waar hij mee werkte. Daardoor moest hij gaan ‘stempelen’ zoals dat toen heette, en dat waren zijn sociale contacten.
ATD is door mijn moeder op mijn pad gekomen, we woonden allemaal heel verspreid en kenden haar niet echt. Door een aantal medestanders bij ATD die zowel mij als mijn moeder kenden, en mijn broer kwamen we elkaar weer op het pad. ATD verbindt wel mensen, het is een gezinsbeweging. ATD heet voluit Acting Together for Dignity. Dat hebben we als gezin ervaren, we zijn er welkom en moeten ons niet schamen voor onze gezinssituatie. Zo konden we elkaar leren kennen en appreciëren.
Katia vertelt: ATD startte in de jaren 70 in België de strijd om mensen in armoede in de dialoog met het beleid te betrekken en grondrechtenbenadering van armoede waren toen echt nieuw In de jaren ‘80 ging André al mee met mijn voorgangers naar de ministers. En toen kwam op vraag van de regering Dehaene een Algemeen Verslag van de Armoede. Dat verslag was iets unieks, Het federaal steunpunt en Vlaams Netwerk kwamen uit het Algemeen Verslag voort, en de Welzijnsschakels. Welzijnszorg bestond al langer met hun adventscampagnes.
We hebben een parallelle geschiedenis en zijn complementair en steunen elkaar op verschillende manieren.
De eerste Vlaamse volksuniversiteit van Vierde Wereld in 1982 ging over ‘wat is er belangrijk in ons leven?’ . De volksuniversiteit kiest haar thema’s met de lokale groepen en mensen in armoede en heeft nog steeds een signaalfunctie naar het beleid en de maatschappij, Het is een plaats van dialoog, van woorden geven aan wat mensen in armoede meemaken, van regelmatige bijeenkomsten (met steun van Welzijnszorg) . Het is een plaats van vorming en van academisch denken, van dialoog en van militantisme. Een plaats van trots en identiteit ook. We zijn getuigen geweest van succesverhalen, van mensen die kleine en grote stappen zetten.
André, hoe is je loopbaan verlopen?
“Ik ben in 1976 beginnen werken, ik was 18 jaar, jong maar toen niet piepjong. Ik had ik een leerachterstand van twee jaren. Ik ben nog altijd boos op mijn leerkracht van het eerste leerjaar. Hij stal van de kinderen en ik kreeg de schuld. Het zorgde allemaal voor grote kwetsuren, ik werd altijd gepest. Ik kon na het eerste leerjaar niet lezen of schrijven en kwam zo in het BO terecht. Mogelijks ook door dyslexie, dat werd toen niet getest. Ook al bleek later dat ik een IQ van 120 had. Daarom: Waardig werk begint met waardig onderwijs!
Ruimtevaart, geschiedenis en natuurkunde interesseerden met als puber. De achterstand op school was niet meer in te halen. Toen ik in dienstplicht moest had ik hulp nodig om papieren in te vullen, De mentaliteit van de soldaten was wel bedroevend. Ik droeg zorg voor mijn spullen, en zo was ik een buitenbeetje. Het leger kon toen een inhaalmoment ziijn: leren lezen, schrijven en een rijbewijs halen, naar het buitenland gaan, het waren kansen. Het leger is uiteindelijk voor mij helemaal geen keerpunt geweest. Toch haalde ik mijn rijbewijs vrij snel daarna. Ondanks de lees/schrijfachterstand haalde ik mijn rijbewijs en kunnen rijden heeft me geholpen in mijn loopbaan.”
Katia vult aan: ATD pleit in haar memorandum dat jongeren de kans moeten krijgen om te leren rijden. Ook financieel is er een grote drempel. André heeft zijn zoon en andere mensen geholpen om hun rijbewijs te halen. Het biedt immers veel meer kansen op de arbeidsmarkt.
André vertelt verder. “Ik werkte een jaar bij een schrijnwerker. De komst van nieuwe machines maakte dat we met zes ontslagen werden. Daarna als daktimmer dankzij het rijbewijs, ik was altijd de chauffeur van de ploeg. We deden o.a. het dak van de Finisterre kerk in Brussel. Ik kreeg waardering van collega’s en bazen.”
Toen had hij nog geen gezin, en werkte daarna vier jaar in de binnenhuisinrichting als hulpspuiter en dan als spuiter/pollierder.
“Ik was blij dat ik had leren spuiten en pollieren. In Antwerpen deden we een hele hotelketen. Daarna weer interims, en zo een jaar bij een brouwerij. Ze waren content, ze zouden mensen aannemen, er waren beloftes gemaakt maar de personeelschef wou niet omwille van mijn te laag diploma, van bijzonder onderwijs, geen A2.”
De mannen die het werk wel kregen bleven niet, André had het graag tot aan zijn pensioen gedaan. Op zijn 35e trouwde hij en begon bij een aannemer maar die ging failliet . Het werk was slecht betaald en onregelmatig, ze zaten als gezin met twee kindjes vaak zonder geld. Als werknemer in de bouw ben je erg afhankelijk van de baas. Ondertussen haalde hij een diploma als betonbekister.
“Daarna ben ik terug in het interimwerk beland, en uiteindelijk ben ik pas na de geboorte van mijn zoontje officieel bij een baas begonnen. Daarna liep het fout bij die werkgever omdat de baas teveel werk had en het niet georganiseerd kreeg.”
Uiteindelijk werd het atelier afgestoten en werden 15 werknemers werkloos. Opnieuw interimwerk, André bleef moedig voortdoen. Hij deed zijn werk goed en graag. Zoals met een camionette vis leveren over een grote regio. Ontslag is erg, ook het afscheid van collega’s, maar André stond open voor de wereld.
Werk & gezin
Op een gegeven moment was hij alleenstaande vader vanwege ziekte van zijn vrouw, en kreeg wel wat faciliteiten om de werkuren op het gezin af te stemmen. Het was een jaar vol stress, voor de kindjes zorgen en op tijd op het werk geraken, en ze ‘s avonds met de camionette weer afhalen. Uiteindelijk werd hij zelf ziek, en gelukkig hij mocht na zijn ziekteperiode terugkomen. Dat begrip en die zekerheid hielpen zeker wel.
André zocht oplossingen om als alleenstaande ouder te blijven werken. Hij deed beroep op een gezinsvervangende tehuis voor zijn zonen. Hij zag ze in het weekend en schoolvakanties.
Daarna begonnen de rugproblemen als vijftiger, hij had veel fysiek werk gedaan en ondanks veel veranderingen moedig doorgewerkt. In 2004 werd André geopereerd, en het jaar erna opnieuw en het jaar erna ook. De spieren raakten vergroeid met de bouten in zijn rug en die moesten er weer uit.
Vrijwilligerswerk als maatschappelijke bijdrage
Naast het zware werk deed André veel vrijwilligerswerk. André lijste in ons gesprek een tiental vrijwillige engagementen op doorheen zijn leven: meewerken aan de oprichting van de kringwinkel, werkplek, sociaal kruidenier, vrijetijdspas, actief in ATD en de lokale groep, animatie volksuniversiteiten, animator bij Pirlewiet, pleegzorg voor een jongere, coach bij Bindkracht...
“Deze tweede helft van mijn loopbaan was niet betaald en leverde toch een zinvolle bijdrage. Veel van die project hebben nu een blijvende maatschappelijke waarden in de gemeente. Ik ben er trots op. Bij veel initiatieven ben ik de enige niet-betaalde kracht, dat is iets voor de armoedebestrijders om over na te denken.”
André, waar zaten de breuken en kwetsuren? wat gaf jou de kracht om er weer uit te komen?
“De kracht is een soort automatisme, ik weet niet wat er achter zit, maar die dingen moeten er zijn en ik wil dat realiseren. Iedereen wil en kan werken, als het maar aangepast, duurzaam & waardevol werk is.”
André heeft altijd gevoel voor rechtvaardigheid gehad, heeft uitsluiting ondervonden en wil dat anderen kansen krijgen in de samenleving. De drijfveer is een betere samenleving waar iedereen bijhoort en zijn plek in vindt. “Blijven spreken over grondrechten is belangrijk. Het systeem van sociale kruidenier is menswaardiger dan uitdeelpakketten. Voor iedereen die het nodig heeft, ook maar niet alleen voor mensen op de vlucht.”
Herken je jezelf in de drie recepten voor waardig werk? Kloppen ze denk je?
Dat de diensten voor toeleiding naar werk ook ambassadeur moeten zijn van de werkzoekende, vindt André heel belangrijk. “Het is heel belangrijk om te vertrekken van de werkzoekende en diens noden en talenten ipv te vertrekken vanuit de vacature. Vertrekken vanuit talenten en aspiraties en mogelijkheden is essentieel .”
Katia verwijst naar De Werkplek in Willebroek, een SAAMO project dat geïnspireerd is door een project van ATD Vierde Wereld in Frankrijk . Vertrekkende van de noden van de wijk wordt gestreefd naar 0% langdurige werkloosheid. André is hier veel mee bezig geweest.