Commentaar: Hoe is het mogelijk dat slechte beleidskeuzes toch steeds opnieuw gemaakt worden? Regeren met buikgevoel is geen goed plan.
03/02/2025
Hoe kunnen we verwachten dat armoede structureel wordt aangepakt als onze politici doordrongen zijn van onwaarheden en enkel hun buikgevoel volgen? Wetenschappelijke studies worden aan de kant gezet, kennis van het terrein wordt onder de mat geveegd en ervaringen van mensen in armoede zelf wordt niet naar waarde geschat. Dàt resulteert in het Arizona-regeerakkoord dat we nu lezen, waar mensen in armoede geculpabiliseerd en gewantrouwd worden. In maatregelen die niet zullen zorgen dat meer mensen aan het werk geraken, maar er wel zal voor zorgen dat meer mensen in armoede wegzakken.
Met Welzijnszorg kiezen we voor een solidaire visie op de samenleving, waar mensen die aan het werk zijn niet tegen mensen die niet aan het werk zijn, opgezet worden. We kiezen voor een structurele armoedebestrijding, waarbij gemeenschapsmiddelen herverdelend ingezet worden.
Met Decenniumdoelen – een samenwerkingsverband van armoedeorganisaties en middenveldorganisaties – lichtten we het Arizona regeerakkoord al door. “Het federaal regeerakkoord zet mensen in armoede in de kou.” Het ontbreekt in het akkoord aan maatregelen die werkelijk ten goede komen aan mensen in armoede. Hoe is het mogelijk dat slechte beleidskeuzes toch steeds opnieuw gemaakt worden?
Dat komt omdat vertrokken wordt van het buikgevoel van onze beleidsmakers. Dat buikgevoel zegt hu: “Werken loont niet genoeg in België, en mensen in armoede moeten gewoon iets beter hun best doen.”
Mythe 1: Werken loont niet
We beginnen met het eerste, loont werken in België? Voor leefloongerechtigden loont het altijd om te werken. Voor andere mensen met een uitkering zijn er situaties waar werken niet of niet voldoende loont. En dat heeft vooral te maken met de hoge kosten voor mobiliteit. Want gaan werken kost geld.
Het idee dat werken niet genoeg loont is zo hardnekkig, omdat er ook een vals idee leeft dat onze sociale voordelen ongelofelijk hoog en groot zijn. Maar ook dat klopt niet. Zo is er nog steeds een grote non-take up van sociale rechten. Mensen hebben misschien wel recht op een bepaald sociaal voordeel maar ze weten het niet of ze slagen er niet in dit te verkrijgen. En zelfs wanneer de 13 meest voorkomende sociale voordelen worden opgeteld komen de meeste uitkeringen nog steeds niet boven de armoedegrens. Een vetpot is het dus niet.
De laatste jaren werden al maatregelen genomen om een aantal sociale voordelen niet meer enkel op basis van statuut toe te kennen maar op basis van inkomen. Dat was ook een vraag van armoedeorganisaties, omdat werken niet altijd voor een hoog inkomen zorgt.
Mythe 2: Mensen moeten meer hun best doen
De tweede misvatting die het buikgevoel van onze politici voedt, is dat mensen maar wat beter hun best moeten doen. Er blijft een groot gebrek aan kennis over de oorzaken van armoede en het effect van in armoede leven op mensen. Gewoon beter je best doen, gaat voorbij aan de vele uitsluitingsmechanismen die mensen in armoede ervaren. De vele Mattheus-effecten maken dat veel van ons beleid vooral ten goede komt aan mensen die het al goed hebben. En ten derde gaat het ook voorbij aan het feit dat mensen in armoede al hun best doen, elke dag opnieuw, om te leven en te overleven met een armoedig inkomen.
Uitnodiging
Welzijnszorg nodigt de nieuwe regering dan ook uit om deel te nemen aan een Inleefweek Armoede, en te proberen eventjes het leven van iemand in armoede te ervaren. We zijn ervan overtuigd dat onze politici én het land er wel bij zullen varen.